Onderzoek

Rolmodellen en problematische jeugdgroepen

Ondanks dalende jeugdcriminaliteitscijfers in Nederland bestaan grote zorgen over ‘verharding’ binnen de resterende jeugdcriminaliteit (op steeds jongere leeftijd ernstige delicten plegen). Ook is het hoge recidivecijfer binnen de populatie van jonge stelselmatige daders – vaak met een allochtone achtergrond – een terugkerend probleem. Recente inzichten en succeservaringen omtrent ‘informele netwerken’ en ‘informeel gezag’ hebben geleid tot een hernieuwde aandacht voor mogelijke ‘positieve’ rolmodellen uit de eigen gemeenschap van jonge daders. Ook de beleidsmatige en wetenschappelijke focus op verbetering van nazorg en het belang van vroegsignalering, sluiten hierop aan. Een voorlopige scan van criminologische literatuur laat zien dat het begrip ‘rolmodel’ onvoldoende is uitgewerkt om te spreken van gevestigde onderzoeksbevindingen ten aanzien van deze potentiële beschermende factor. Gezien voortschrijdende inzichten en praktijkervaringen is dit wellicht ten onrechte het geval. Het doel van dit verkennende onderzoek naar ‘rolmodellen’ is een nieuw licht te werpen op deze onderbelichte beschermfactor in relatie tot maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen binnen informele netwerken en informeel gezag in Nederland. Wat is precies een positief rolmodel voor delinquente jongeren uit Nederlandse achterstandswijken en wat zou diens functie kunnen zijn? De veronderstelling dat deze jongeren zich verhouden tot positieve rolmodellen die een functie kunnen vervullen in het voorkomen van criminaliteit en recidive, is kwalitatief onderzocht door veldwerk in diverse Nederlandse achterstandswijken. De resultaten wijzen in de richting van een veelbelovende beschermende factor als tegenhanger van de ‘aantrekkingskracht van de straat’ met tevens een aantal extra positieve inverdieneffecten. De conclusie is echter dat de inzet en implementatie van deze rolmodellen naast kansen, vooral ook vele knelpunten kent.

 

Probleemgerichte analyse van criminele (jeugd)groepen, -netwerken en samenwerkingsverbanden

Momenteel werkt Jan Dirk de Jong (Rebond) aan probleemgerichte analyses van problematische jeugdgroepen in onder meer Den Haag en Zoetermeer in opdracht de gemeente, het Openbaar Ministerie en de politie. In het bijzonder wordt daarbij gekeken naar de achtergrond van daders, de kenmerken van slachtoffers en de omgevingsfactoren die gelegenheid bieden tot delinquent gedrag. Aan de hand van dit onderzoek wordt uitgelegd welke gebiedsgerichte, groepsgerichte, en persoonsgerichte maatregelen bijdragen aan een integrale, probleemgerichte aanpak (met nadruk op repressie, preventie en burgerparticipatie, waaronder de inzet van rolmodellen).

 

Tuig van Toen: Amsterdamse straatbendes 1960-1980

Ernstige overlast en criminaliteit van jongeren in steden is een hot item. De onveiligheidsgevoelens van burgers worden vooral veroorzaakt door jeugdgroepen uit achterstandswijken. Veel daders zijn tegenwoordig ‘nieuwe Nederlanders’. Hun geweld zou veel harder zijn dan vroeger. Maar klopt dat beeld? Criminoloog Jan Dirk de Jong en Elsevier-misdaadjournalist Gerlof Leistra gingen op zoek naar de Amsterdamse straatbendes in de jaren 1960-1980. Middels interviews met ex-bendeleden en experts uit die tijd portretteren zij de ‘witte’ straatbendes uit onder meer de Pijp, de Kinkerbuurt en de Staatsliedenbuurt. Hun harde leefwereld (straatleven of realiteit?) steekt schril af tegen het stereotype tijdsbeeld. Deze jeugdbendes hadden weinig op met wederopbouw en burgerlijkheid, maar ook niet met provo’s, hippies en linkse studenten. Pas later zijn leden als Willem Holleeder, Cor van Hout, Willem van Boxtel, Sam Klepper en John Mieremet in de aandacht gekomen als volgroeide ‘gangsters’ binnen de Amsterdamse onderwereld. Kennis over de oorspronkelijke straatbendes en achterstandsbuurten, hun criminaliteit en gewelddadige conflicten in de harde wereld waarin zij zich leerden manifesteren, werpt een verfrissend licht op de manier waarop wij moeten kijken naar de nieuwe lichting ‘Hollandse’ gangsters met namen als Gwenneth en Benaouf.